Pip vliegt naar Saturnus

In Bamboezelo is er altijd iets te beleven, en vandaag zelfs heel ver weg! In de Berenkuil wacht de gele raket op Pip. Pip weet eindelijk waar hij naartoe wil vliegen. "Naar Saturnus," zegt hij, "de planeet met de ringen."

Saturnus heeft ringen die om hem heen draaien. Maar niemand in Bamboezelo weet waar die van zijn. Zijn ze van wolken, of van suiker, of van ijs? Pip gaat het zelf van dichtbij bekijken.

Pip klimt naar binnen en gaat in het stoeltje zitten. PLING, daar licht een rond scherm op. Op het scherm verschijnt het gezicht van Papa. "Missiecontrole Bamboezelo," zegt hij rustig, "ik hoor je goed."

KLONK, het luik valt zwaar achter hem dicht. Nu is Pip helemaal alleen in de raket. In zijn buik kriebelt iets, en het kriebelt hard. Durft hij dit wel echt in zijn eentje?

"Kijk eens naar mij," zegt Papa zacht op het scherm. "Eerst tel ik af van tien naar één." "Dan trilt alles, en dat mag." "En dan gaat de raket omhoog."

Pip legt zijn poot op de grote rode knop. Papa telt af, en Pip telt hardop mee. "Tien, negen, acht, zeven, zes, vijf, vier!" "Drie… twee… ÉÉN!"

GRRROEM, brult de motor onder Pips stoeltje. Alles trilt: de knoppen, het raampje, zijn tanden. Pip knijpt zijn ogen stijf dicht en houdt vast. Bamboezelo wordt kleiner, en kleiner, en nóg kleiner.

Boven de wolken wordt het ineens doodstil. Pip doet zijn ogen open en kijkt naar buiten. Daar schuift de maan langs zijn raampje, vol kuiltjes. "Wooow," fluistert Pip, "dag maan, ik vlieg langs je."

En daarna gebeurt er heel lang helemaal niets. Pip telt de bouten in het plafond: tweeënveertig. Saai, denkt Pip, en hij mist zijn vrienden. Papa zingt een liedje voor hem, en heel vals.

En dan ziet Pip hem: Saturnus, met zijn ringen. Van dichtbij zijn het helemaal geen ringen. Het zijn stenen, duizenden stenen, groot en klein. Ze drijven rond en rond, als een reuzengrote molen.

Pip pakt de stuurknuppel stevig met twee poten vast. Links, rechts, en dan snel eronderdoor! Nu kriebelt zijn buik niet meer, want hij stuurt zelf. TOK, tikt een klein steentje tegen zijn raampje.

Pip scheert vlak langs de gele, gestreepte planeet. Het is zo mooi dat hij nog een rondje vliegt. "Landen kan niet," zegt Papa, "Saturnus is helemaal gas." Je zou er zó doorheen zakken, denkt Pip verbaasd.

GRRROEM, daar zakt de raket weer in Pips eigen tuin. "Klaar is Pip!" roept Pip, en hij stroopt trots zijn mouwen weer naar beneden. Tot de volgende dag in Bamboezelo!