Pip en zijn schaduw

In Bamboezelo is er altijd iets te beleven, en ik beleef alles mee. De zon kruipt door het raam, en floep! Daar ben ik: de schaduw van Pip. Ik ben er altijd, zolang er licht is.

Alles wat Pip doet, doe ik ook. Pip springt, en hup, ik spring. Pip draait een rondje, en ik draai gewoon mee. En ik hoef er niet eens voor te oefenen!

Soms spelen we het allerleukste spel van de dag. Pip vouwt zijn twee handen tot een vogel. En dan ben ík ineens een vogel! Fladder, fladder, over de hele muur.

In de middag word ik klein en rond. Ik verstop me vlak onder Pips voeten. Pip roept: "Waar is mijn schaduw nou gebleven?" Hier, hihi, ik zit onder je voeten!

Maar als de zon zakt, word ik láááng. Zo lang als de hele dorpsweg! Pip lacht: "Jij bent een echte reus, schaduw!" Ik voel me heel groot, en een beetje moe.

Binnen maakt de lamp mij weer gewoon. Maar ik weet wat er straks gaat gebeuren. Straks knipt Pip het licht gewoon uit. En waar ben ik dan, denk je?

Pip poetst zijn tanden, en ik poets braaf mee. Maar vanavond doe ik alles heel erg langzaam. Zo lang heeft tandenpoetsen nog nooit geduurd. Want ik wil nog helemaal niet verdwijnen.

Dan ligt Pip in bed, onder zijn warme dekbed. Zijn hand ligt al bijna op de lichtknop. Ik maak me zo plat mogelijk tegen de muur. Misschien ziet het donker mij dan niet.

Maar Pip ziet mij, want Pip ziet altijd alles. Hij fluistert: "Ben je bang voor het donker, schaduw?" Ik knik heel voorzichtig, daar op de muur.

Dan zegt Pip iets heel liefs, heel zachtjes. "Het donker is helemaal niet leeg, hoor. Het donker is één grote, zachte deken. Daaronder liggen alle schaduwen samen te slapen."

Ik denk aan alle schaduwen die er zijn. De schaduw van de kat, van de boom. Zelfs de grote schaduw van ons hele huis. Allemaal samen onder één deken, dat klinkt heerlijk.

"Welterusten, schaduw," zegt Pip met een gaap. Welterusten, Pip, fluister ik terug op de muur. Klik! Het licht gaat uit, en ik kruip lekker diep weg.

"Klaar is Pip!" fluistert hij, en hij trekt zijn dekbed op. Morgen ben ik er weer, floep! Maar nu slapen we, tot morgen in Bamboezelo.