Pip en het plein vol appels

Het zonnige marktplein ligt vol rode appels, terwijl de gele heftruck scheef tegen een omgevallen stapel kratten staat en Nel de Nijlpaard verbaasd achter haar oor krabt.

In Bamboezelo is er altijd iets te doen. Vandaag rollen er appels door het dorp! Over het hele Boezelplein liggen honderden rode appels. Marktbaas Nel de Nijlpaard is met haar heftruck achteruitgereden. "Oei, die stapel kratten zag ik niet," bromt ze.

Pip glijdt bijna uit over een appel terwijl hij met open mond naar de grote gele heftruck kijkt, waar Nel uit de cabine naar vijf hoge stapels kratten wijst en Guus met een koeienbel toekijkt.

Pip rent het plein op en WOEPS, bijna uitgegleden! Dan ziet hij de heftruck: "Wóóów!" Er staan nog vijf hoge stapels kratten te wachten. Maar Nel ziet niks als ze achteruitrijdt.

Pip zit trots op zijn knieën bij een grote krijttekening van een heftruck met een toren, pannen en een bel, terwijl Nel geamuseerd meekijkt en Guus met zijn koeienbel rinkelt.

Pip tekent met krijt een groot plan zodat Nel achteruit kan kijken. "Met glimmende pannen op een toren kan Nel in de spiegel kijken.. En dan de bel van Guus, zodat iedereen het aan hoort komen!"

Roos zet vanaf de treeplank eigenwijs een krat recht op de toren van kratten op de heftruck, terwijl Pip beneden enthousiast zijn gele mouwen opstroopt.

Pip stroopt zijn mouwen op en begint direct met bouwen. Roos komt aangerend met haar gereedschapsriem. Samen bouwen ze een toren van kratten op de heftruck in een mum van tijd.

Van onderaf gezien hangt Pip glimmende pannen aan de toren van kratten op de heftruck, terwijl Guus zijn koeienbel aangeeft en Roos de bovenkant vastdraait.

Dan halen ze glimmende pannen bij de pannenkraam. Pip hangt ze aan de toren, als spiegels voor Nel. En dan de bel van Guus, helemaal bovenop. Roos draait alles vast met drie flinke slagen.

De heftruck rijdt langzaam achteruit terwijl de toren van kratten met pannen gevaarlijk wiebelt, en Pip en Roos op de voorgrond hun adem inhouden.

Nel klimt in de cabine en zet de heftruck aan. PIEP-PIEP-PIEP, heel langzaam rijdt ze achteruit. Pip en Roos houden allebei hun adem in. Maar de toren wiebelt, en wiebelt, en wiebelt nog meer…

Nel bewondert zichzelf droog in een glimmende pan terwijl de bel wild zwaait, een krat appels van de toren kukelt en Guus lachend over de stenen rolt.

DING-DONG-DING, de bel houdt niet meer op! Een krat appels kukelt eraf: ROMMEL-BONK! Nel vangt een pan en ziet zichzelf in de spiegel: "Hé, wat een knappe marktbaas." Guus blaat het uit: "Mèhèhè, appelmoes!"

Guus zwaait als een stierenvechter met het rode vlaggetje achter de heftruck, terwijl Nel achterom wijst en Pip nadenkend toekijkt.

Guus pakt het rode vlaggetje van de marktkar. Hij zwaait ermee achter de heftruck: "Olé, olé!" Nel steekt haar hoofd uit de cabine. "Dát rode ding zie ik tenminste wél."

Pip kijkt recht vooruit met een stralende lach en houdt het rode vlaggetje omhoog, terwijl achter hem wazig de heftruck met de wiebeltoren staat.

Pip kijkt naar het vlaggetje, en dan naar zijn wiebeltoren. Heeft Nel al die pannen eigenlijk wel nodig? Pip roept: "Ik ga gewoon áchter de heftruck staan!" Met het vlaggetje, dan ziet Nel mij wél."

Van achter Pip gezien zwaait hij zijn rode vlaggetje hoog en roept STOP, terwijl de heftruck zonder toren langzaam achteruit naar een stapel kratten rijdt.

Roos haalt de wiebeltoren eraf en Nel stapt weer in. Pip gaat achter de heftruck staan, met het vlaggetje omhoog. PIEP-PIEP-PIEP, langzaam, en nog wat langzamer. Dan zwaait Pip zijn vlaggetje heen en weer: "STOP!"

Het plein is weer schoon, vijf stapels kratten staan op de marktkar en Pip, Roos en Guus gooien lachend de laatste appels in een krat terwijl de markt opengaat.

De wielen staan stil. De kratten staan nog overeind! Zo gaat het vijf keer: PIEP-PIEP-PIEP… STOP! Samen rapen ze alle appels weer op. Het plein is schoon, en de markt gaat open.

Pip geeft de glimmende pannen terug bij de pannenkraam en houdt het rode vlaggetje trots tegen zich aan, terwijl Guus met zijn bel rinkelt en Nel een haakje aan haar cabine schroeft.

Pip brengt de glimmende pannen terug naar de pannenkraam. Guus krijgt zijn bel weer terug, TRINGELINGELING. Pip houdt het vlaggetje stevig vast.

Op het volle, vrolijke marktplein met keurige kratten appels stroopt Pip lachend zijn mouwen naar beneden, terwijl het rode vlaggetje aan de cabine van de heftruck hangt en Roos, Guus en Nel juichen.

Het plein zit vol kraampjes en keurige kratten appels. "Klaar is Pip!" roept Pip, en hij stroopt trots zijn mouwen weer naar beneden. Tot de volgende klus in Bamboezelo!