Pip en de allerwarmste dag

Pip ligt languit op zijn rug op bed in de felle zon en waaiert zichzelf koelte toe.

In Bamboezelo is er altijd iets uit te zoeken, en vandaag is het bloedheet! Pip plakt aan zijn dekbed als een pannenkoek. Zijn kamertje is warm, warm, allerwarmst. Waar is alle koelte toch gebleven?

Close-up van Pip aan het wijd open ronde raam, waar de warme wind zijn oren en wangen naar achteren blaast.

Pip zet het raam wijd, wijd open! WOESJ, daar komt de wind naar binnen. Maar de wind blaast alleen warme lucht op zijn snuit. Hoe kan de wind nou warm zijn?

Pip stampt met gebalde vuisten en een boos gezicht de rode voordeur uit de zonnige tuin in.

Dit klopt niet, denkt Pip boos. Iemand heeft vast alle koelte gestolen! Wie doet er nou zoiets gemeens? Pip stampt met grote stappen naar buiten.

Pip staat vastberaden midden op de zonnige dorpsweg, stroopt een mouw op en steekt twee vingers omhoog, met de grote schaduwboom verderop langs de weg.

Pip stroopt zijn mouwen op: die koeltedief gaat hij vinden! Hij steekt twee dikke vingers in de lucht. "Eerst kijk ik in de schaduw," bromt hij. "En dan bij de fontein, daar is het altijd koel."

Pip zit uitgeteld in de schaduw onder de grote boom en wappert met een blad, zijn poten in het natte gras.

Eerst de schaduw, onder de grote boom. Pip ploft neer, maar ook hier is het warm. Alleen het natte gras kietelt koel onder zijn voeten. En ergens verderop rammelt een emmer: KLING-KLANG.

Pip staat bij de fontein met één glinsterende waterdruppel op zijn neus en veegt hem weg.

Dan de fontein, midden op het plein. PLETS, één ijskoude druppel op Pips snuit! Ver weg klinkt geplons, maar Pip let niet op. Zijn plan is op, en nog steeds geen koelte.

Guus lacht met een omgekeerde lege emmer terwijl een grote plons water over de kletsnatte Pip klettert.

PLONS! Allemaal water klettert over Pips hoofd. Daar staat Guus met een lege emmer: "Mèhèhè!" Het water druipt van Pips oren naar beneden.

Close-up van een druipnatte, boos schreeuwende Pip, met achter hem Guus wiens oren omlaag zakken.

Pip is zeiknat van zijn oren tot zijn tenen. Pip roept keihard: "Dat is helemaal NIET grappig!" Zijn tuinbroek druipt, zijn buik druipt, alles druipt. Guus' oren zakken langzaam naar beneden.

De natte Pip staat stil in een plas en kijkt met grote verbaasde ogen terwijl hij zijn koele nek voelt.

Maar wacht eens even... er klopt iets niet. Zijn rug is koel en zijn nek is koel. Het natte gras, die druppel, en nu deze plons. Pip snapt het nu! Water maakt alles koel!

Pip springt blij op en wijst vooruit, terwijl Guus zijn emmer laat vallen en enthousiast knikt.

Waar is het allernatst van heel Bamboezelo? Daar ligt vast alle gestolen koelte verstopt! Pip springt op en wijst: "Naar de SpetterStek, Guus!" Guus rent hard met Pip mee.

Pip en Guus duwen van achteren gezien het hoge blauwe zwembadhek open, met een streepje glinsterend licht in de kier.

Ze rennen langs het plein en de heuvel af. Achter het hoge blauwe hek klinkt geplons en gelach. En nog iets: TINGELING, een klein belletje! Wat zou dat zijn? Pip duwt het hek open en kijkt.

Het glinsterende zwembad met de zwaaiende badmeester Otis en Bella bij haar ijskar, terwijl de natte Pip zijn poot op Guus' schouder legt.

Geen dief te zien, alleen koel glinsterend water! Otis zwaait, en Bella de Koe deelt gratis ijsjes uit. "Sorry dat ik boos werd," zegt Pip zacht. "Door jouw hebben we samen de koelte gevonden!"

Pip in zijn gele zwemshirt en Guus in zijn gestreepte zwembroek staan lachend tot hun borst in het koele zwembadwater, met een spetter tussen hen in.

Pip en Guus plonzen samen het koele water in. "Klaar is Pip!" roept Pip, en hij stroopt trots zijn mouwen weer naar beneden. Tot het volgende raadsel in Bamboezelo!